Inleiding
   
© 1998

 

Samenvatting

Het is aangetoond dat voor een goed functioneren van het lichaam zo'n 0,45 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht per dag (g/kg/d) geconsumeerd moet worden. Om een veiligheidsmarge te hebben die compenseert voor eiwitten die niet volledig door het lichaam gebruikt kunnen worden, is in de Verenigde Staten 0,8 g/kg/d als "recommended daily allowance" (RDA) ingesteld.

Naar aanleiding van wetenschappelijke studies naar de eiwitbehoefte van krachtsporters hebben enkele auteurs aanbevelingen gedaan voor krachtsporters die oplopen tot 2.0 g/kg/d of zo'n 250% van de RDA. In de praktijk blijkt echter dat veel krachtsporters (veel) meer eiwit consumeren dan deze aanbevelingen met uitschieters tot zo'n 4,0-6,2 g/kg/d. Dit heeft geleid tot de volgende vraagstelling:

Zijn er redenen om te twijfelen aan de aanbevelingen voor eiwitinname bij krachttraining zoals die in wetenschappelijke literatuur gedaan zijn?

Het blijkt dat er inderdaad redenen zijn voor een gegronde twijfel aan deze aanbevelingen.
Ten eerste zijn de meeste meetmethoden die gebruikt worden in het onderzoek naar de eiwitbehoefte van krachtsporters niet nauwkeurig genoeg. Alleen de weinig gebruikte meetmethode met zogenaamde 'metabole tracers' waarmee spiereiwitsynthese en degradatie bepaald kunnen worden lijkt uitsluitsel te kunnen bieden.

Verder worden in dit artikel vier recente studies besproken die zwaar meetellen in bovengenoemde aanbevelingen. Drie hiervan blijken niet bestand tegen een kritische analyse. De eerste studie houdt geen rekening met de energiebalans. De tweede studie bepaalt niet het effect van extra eiwit maar van extra voeding op krachttraining. De derde studie tenslotte, bevat een grote methodologische fout.

Tot slot wordt uitgebreid ingegaan op enkele factoren die een grote invloed hebben op de eiwitbalans. Deze factoren hebben tot nu toe echter weinig of geen aandacht gekregen in alle studies die tot nu toe gedaan zijn naar de eiwitbehoefte van krachtsporters. De factoren die in dit artikel worden behandeld zijn de volgende:

* (Kenmerken van) het krachttrainingsprogramma.
* Trainingservaring van de sporter
* De energiebalans
* Hormonale effecten van koolhydraat-eiwit combinaties
* Het verrichten van aerobe inspanning naast krachtsport

Het is van belang dat de invloed van elk van deze factoren op de eiwitbehoefte van krachtsporters onderzocht wordt. Zo valt te verwachten dat de eiwitbehoefte van krachtsporters die een hypo-energetisch dieet volgen of van krachtsporters die tevens duurtrainingen verrichten, hoger uitkomt dan de eerder genoemde aanbevelingen. Aan de andere kant lijkt de gemiddelde gevorderde krachtsporter minder eiwit nodig te hebben dan de gemiddelde beginner. Misschien kunnen de invloeden van verschillende factoren elkaar opheffen.
Vooralsnog echter, geven al deze punten van kritiek tezamen voldoende aanleiding om te twijfelen aan de aanbevelingen voor eiwitinname zoals die gedaan zijn in de wetenschappelijke literatuur.

 

Inleiding
   
© 1998